Product successfully added to your shopping cart.
Check out

TERENCE MCKENNA

Terence McKenna

 

Terence Kemp McKenna werd geboren op 16 november 1946 in Paonia, Colorado, Verenigde Staten. Paonia is een vee- en kolenstadje waarin Terence werd opgevoed door zijn vader, een Ierse Katholieke reizende vertegenwoordiger en zijn moeder, een Episcopale huisvrouw uit Wales. Vele jaren later, zou Terence in een interview zeggen: "Mijn moeder was een buitengewoon persoon en ik snap echt niet waarom [...] Ze had geen universitaire opleiding, maar ze had een uitgebreide woordenschat en een waardering voor klassieke muziek en goede literatuur en ze onthield passages uit 'Psychology and Alchemy' van James Joyce en Carl Jung. Zijn oom introduceerde hem in de geologie en hij ontwikkelde wat hij zelf "zijn eerste obsessie" noemde: Het in zijn eentje jagen op fossielen in de gebieden rond zijn huis. Dit en zijn enorme fantasie zorgde ervoor dat hij een diepe artistieke en wetenschappelijk waardering voor de natuur ontwikkelde.

In 1962, toen hij 16 jaar was, verhuisden hij en zijn familie naar Los Altos in Californië en hij maakte zijn high school af in Lancaster. Volgens Terrence, raakte hij bekend met wiet kort na zijn 17de verjaardag in 1963 en begon het regelmatig te roken. Datzelfde jaar ontdekte hij ook de literaire wereld van psychedelica via de Doors of Perception en Heaven and Hell van Aldous Huxley. In 1965 schreef Terence zich in op de Berkeley Universiteit in Californië om kunstgeschiedenis te studeren. In de zomer van 1966 woonde McKenna tegenover de flat van een "vreemde kerel met geblindeerde ramen en roodgeverfde lampen in het gehele appartement. Hij hing de hele dag rond met zijn gitaar en speelde de muziek van "Freight Train". Deze knul zou zijn gids worden in de wereld van acid. Het was Barry Melton, de lead gitarist van Country Joe and the Fish. De eerste psychedelische ervaring van Terence had, volgens hem "eigenschappen die nooit meer werden herhaald," en hij "stuiterde ongeveer een uur lang tussen tranen van ontzag en tranen van hilariteit." In 1967, tijdens zijn studie, ontdekte hij Tibetaanse volksreligie en begon dit te bestuderen, wat leidde tot een studie Sjamanisme. Hij noemde dit zijn "opium en kabbala fase". In hetzelfde jaar bezocht hij Jeruzalem, waar hij zijn toekomstige vrouw Kathleen Harrison ontmoette. In 1969 was Terences interesse in "Tibetaanse schilderkunst en hallucinerend sjamanisme" zo sterk geworden, dat hij naar Nepal afreisde om de Tibetaanse taal te leren. Hij testte ook zijn geluk als smokkelaar van hasj, maar toen een van zijn zendingen werd gepakt door de Amerikaanse douane, moest hij vluchten voor vervolging zwierf een tijdje door Zuidoost Azië, waar hij ruïnes bekeek. Vervolgens verzamelde hij vlinders in Indonesië en werkte zelfs als leraar Engels in Tokio. Na al zijn uitspattingen in het Oosten, keerde hij terug naar Berkely om zijn studie biologie te vervolgen, die hij "zijn eerste liefde" noemde.

In 1971 had hij gedeeltelijk zijn studies afgerond en nadat zijn moeder aan kanker overleed, vertrok hij samen met zijn jongere broer Dennis en drie vrienden op een tocht door de Amazone van Colombia, op zoek naar een plant die Oo-koo-hé werd genoemd, waarvan werd verondersteld dat het Dimethyltryptamine (DMT) bevat. Maar in plaats van Oo-koo-hé ontdekten zij het gebruik van de diverse Ayahuasca of Yagé brouwsels en de paddestoelen van de Psilocybe cubensis soorten. Terence kreeg een relatie met zijn tolk, Ev. Deze "magische paddestoelen" werden al snel het centrale punt van de zoektocht. In La Chorrera experimenteerden hij en zijn broer op zichzelf, wat hem, volgens een later interview met Terence, "in contact bracht met 'Logos', een informatieve, goddelijke stem die openbaringen bracht." In 1972 keerden zij terug naar Berkeley en ontwikkelden technieken voor het kweken van psilocybine paddestoelen, terwijl Terence werkte aan zijn Bachelor van de wetenschap in ecologie en behoud. Hij studeerde af in 1975 en brak met zijn vriendin Ev, maar later dat jaar kreeg hij een relatie met het meisje dat hij vier jaar geleden in Jeruzalem ontmoette, Kathleen Harrisson. Ook kwam zijn eerste boek (met Dennis als co-auteur) uit: "The Invisible Landscape". Hun boek werd geïnspireerd door hun ervaringen in de Amazone en het tweede boek, "Psilocybine", volgde in al in 1976.

In de vroege jaren 80 begon Terence zijn gedachten over psychedelische drugs en virtuele realiteit uit te spreken. Op weekend workshops benadrukte hij herhaaldelijk het belang van de gevoelde ervaring, in tegenstelling tot dogma. In 1985 stichtten hij en zijn vrouw Botanical Dimensions, een non-profit etnobotanisch reservaat in Hawaii. Chaos wiskundige Ralph Abraham en bioloog Rupert Sheldrake waren collega's van Terence en ze leidden diverse openbare debatten vanaf de late jaren 80. Op een van Terence's publieke optredens, introduceerde Timothy Leary hem als "een van de vijf of zes meest belangrijke mensen op aarde."

In 1992 gingen Kathleen en hij uit elkaar en ze scheidden. Datzelfde jaar publiceerde Terence twee boeken en hij werd een bron van inspiratie voor de populaire tegencultuur. Zowel "Food of the Gods", een radicale geschiedenis van de relatie tussen psychedelische planten en de evolutie van het bewustzijn, als "The Archaic Revival", een collectie artikelen uit diverse magazines en lezingen, zijn voordrachten op raves en zijn bijdragen aan psychedelische en goa Trance albums, maakten hem enorm populair in de rave/dance scene. Terence gaf nog steeds lezingen over het gebruik van op planten gebaseerde entheogenen, psychedelische stoffen, metafysica en andere onderwerpen zoals sjamanisme, taal, tijdlijnen over historie en beschaving en zelfs de theoretische oorsprong van het menselijke bewustzijn, zijn "Stoned Ape" theorie. Hij verdeelde zijn tijd tussen de met rood hout bezaaide heuvels in Sonoma County, Californië en Hawaii. In 1999 begon hij te lijden aan steeds erger wordende hoofdpijnen en keerde terug naar zijn huis op Hawaii. Na drie toevallen in de hersenen werd hij met spoed naar het ziekenhuis gebracht, alwaar hij de diagnose Glioblastoma multiforme kreeg en diverse behandelingen onderging in de daarop volgende maanden. Eind 1999, had Erik Davis het laatste interview met Terence. Tijdens dit interview praatten zij ook over de dood (citaat): "Ik heb altijd gedacht dat de dood zou komen op de snelweg, in een paar angstige momenten, zodat je geen tijd zou hebben om het uit te zoeken. Ik heb maanden en maanden de tijd gehad om erover na te denken en met mensen te praten en te luisteren naar wat zij zeggen, het is een soort van zegen. Het is zeker een kans om volwassen te worden en grip te krijgen op alles. Verteld worden door een niet lachende kerel in een witte jas dat je over een paar maanden dood gaat, schijnt nieuw licht op alles... het maakt het leven rijk en aangrijpend. Toen het gebeurde en ik deze diagnose kreeg, kon ik het licht zien van de eeuwigheid, à la William Blake, schijnend door elk blaadje. Ik bedoel, een insect wandelend over de aarde, roerde me tot tranen."

Mc Kenna overleed veel te vroeg op 3 april 2000 met zijn geliefden aan zijn zijde. Hij was slechts 53 jaar. Hij wordt overleefd door zijn dochter Klea, zijn zoon Finn en broer Dennis.

 


Zamnesia