Product toegevoegd aan winkelmandje
Afrekenen

Vervelende Beestjes En Insecten

Vervelende Beestjes En Insecten

Elke kweker van cannabis is verwikkeld in een koude oorlog met allerlei kruipend ongedierte. Of je het nu leuk vindt of niet, het is de plicht van de kweker om uit het heetst van de strijd te blijven. Maar zelfs met de beste wil van de wereld en preventieve maatregelen, kan een plant nog steeds worden belaagd door kevers en insecten. Er zijn heel wat potentiële bedreigingen waarvoor je op je hoede moet zijn.

Gewapend met de kennis uit deze gids, ben je in staat om je cannabis planten te beschermen. Of het nu gaat om een zwerm rouwmuggen, tripsen of witte vliegen, wij hebben de middelen ter bestrijding en eenvoudig, praktisch advies om je te helpen. Welkom in de wiet oorlog. Als je dit leest, hoor je bij het verzet.

De Nare Vijanden Van Cannabis

Cicaden (Empoasca decipiens)

Cicaden (Empoasca Decipiens)

Schade en identificatie

De zomer is de periode waarin je problemen kunt krijgen met cicaden (Empoasca decipiens). Cicaden zijn herkenbaar aan hun lichtgroene kleur. In sommige gevallen kunnen ze schade toebrengen aan de bladeren of de toppen van je planten, door sap uit het mesofyl van de plant (het zachte weefsel onder de opperhuid dat verantwoordelijk is voor de fotosynthese) te zuigen.

Hierdoor ontstaan er rijen van vlekjes op de bladeren, bloemen en vruchten. Dit vermindert de kwaliteit van het product. In het geval van een ernstige plaag zullen grote delen van het blad verkleuren en zelfs afsterven. De plant veroudert hierdoor sneller. Sommige cicaden dragen virussen en mycoplasma bacteriën met zich mee of scheiden giftige stoffen af die vervormingen van de plant tot gevolg kunnen hebben.

Levenscyclus

In een glazen kas zal één enkele generatie afhankelijk van de temperatuur binnen vier of vijf weken de volwassenheid bereiken. Cicaden kennen in hun levenscyclus een ei-stadium, vijf nimf-fasen en een volwassen stadium. De volwassen insecten zijn twee tot drie mm lang en bij vele soorten zijn ze groen van kleur. Een vrouwelijke cicade kan in haar leven tot wel 50 eitjes leggen. Deze zijn wit, niervormig en ongeveer 0,6 mm lang. Ze worden gelegd in het weefsel van bladnerven en stengels, waar het blote oog ze niet kan zien.

Bij een temperatuur van 15°C en een luchtvochtigheid tussen 65-75% duurt het ongeveer 28 dagen voordat de eitjes uitkomen. Bij een temperatuur van 20°C duurt dat nog slechts 15 dagen en bij 24°C nog maar 11 dagen. De nimfen zijn lichter van kleur dan de volwassen cicaden en in iedere daaropvolgende nimf-fase tekenen de vleugels zich steeds duidelijker af.

De hoogst beweeglijke nimf heeft een interessante manier van voortbewegen: diagonaal. De nimf-fase van de Empoasca decipiens duurt 37, 19 of 15 dagen bij respectievelijk 15, 20 en 24°C.

Het bestrijden van cicaden

Er bestaan momenteel alleen chemische methoden om cicaden te bestrijden. Met financiële steun van het Nederlandse Productschap Tuinbouw is de Landbouwuniversiteit in Wageningen in 2005 begonnen met onderzoek naar het effect van cicaden op bloemen die in kassen groeien. Ze ontdekten dat de Empoasca decipiens in deze omgeving de meest voorkomende cicade is.

De onderzoekers onderzochten in gesloten laboratoriumomstandigheden hoe andere dieren op cicaden jagen. Zowel de nimfen als de volwassen cicaden waren zeer mobiel en moeilijk te vangen. Uit het onderzoek bleek dat de parasitaire wesp Anagrus atomus in staat is om zich in een glazen kas voort te planten.

De wesp wist zich echter niet in die mate voor te planten dat gesproken kon worden van een parasitaire plaag, en de mogelijkheden om deze wespen als effectieve, biologische pesticiden in te zetten, lijken dan ook beperkt te zijn.

De neonicotinoïden imidacloprid (Admire), thiacloprid (Calypso), thiamethoxam (Actara) en acetamiprid (Gazelle) zijn zeer effectief in de strijd tegen cicaden, net als de oxaziadine indoxacarb (Steward). Dit anti-rups middel is een selectiever en daarom veiliger middel tegen natuurlijke plagen dan de neonicotinoïden.

Meikever

Meikever

In West-Europa hebben we ongeveer 3800 keversoorten. Een aantal van deze zijn behoorlijk lastig, waaronder de meikever (ook bekend als de 'mulder' of 'molenaar'). Deze parasiet uit het Melolonthageslacht heeft een matzwarte kleur en lichte (gele) vlekjes. Meikevers zijn ongeveer 1 cm lang en hebben antennes op hun vooruitstekende kop. Hun schild heeft in de lengterichting groeven.

De kevers zijn meestal 's nachts actief en laten hoekige bijtafdrukken achter op de randen van bladeren. De meikever kan zeer goed kruipen en klimmen: hij kan 's nachts vele meters de hoogte in klimmen. In het eindstadium is de larve 10-14 mm lang, vuilwit tot crèmekleurig met een roodbruine kop. Het lichaam is vaak licht gekromd (C-vormig).

Eigenschappen

  • meestal 's nachts actief
  • als ze het gevoel hebben dat ze zijn opgemerkt, blijven ze stokstijf staan
  • ze beginnen aan de rand van het blad naar binnen toe te eten
  • de larven kunnen in de grond gevonden worden tot een diepte van 10 cm waar ze zich voeden met plantenwortels

Bestrijding

Kevers zorgen voor erg veel overlast. Chemische bestrijdingsmiddelen doden vaak niet alleen de kever, maar ook andere, nuttige insecten. Met behulp van parasitaire rondwormen kunnen de larven op een biologische manier bestreden worden. Andere natuurlijke vijanden van de meikever zijn onder andere: verschillende kevers, kikkers/padden en krielhoenen. De voornaamste vijanden van de larve zijn: verschillende schimmels, rondwormen, bacteriën en, alweer, kippen.

Mineervliegen

Mineervliegen

Er zijn drie varianten mineervliegen die over het algemeen in staat zijn een plaag te worden: de tomaat mineervlieg (Liriomyza bryoniae), de florida mineervlieg (Liriomyza trifolii) en de graan mineervlieg (Liriomyza huidobrensis). Onder natuurlijke omstandigheden worden hun larven worden onder controle gehouden door zwaar parasitisme van verschillende soorten. Maar problemen met de mineervlieg zijn toegenomen door het uitgebreide gebruik van breed-spectrum bestrijdingsmiddelen: hun natuurlijke vijanden worden gedood en de mineervliegen worden resistent tegen het overmatige gebruik van deze sprays.

Levenscyclus

Mineervliegen hebben de volgende waarneembare ontwikkelingsstadia: het ei-stadium, drie larvale stadia, een popstadium en een volwassen stadium. De volwassen mineervliegen zijn kleine, gele vliegen met een zwarte tekening. De larven graven in de bladeren van de plant. De verpopping vindt plaats onder de grond.

Tekenen van beschadiging

Larven graven letterlijk 'mijnen' in de plant, waardoor de bladeren uitdrogen en voortijdig vallen, daarnaast is er ook cosmetische schade. Zo blad verliezen kan ook gevolgen hebben voor de opbrengst van de plant. Speldenprikken gemaakt door voedende vrouwelijke volwassenen kunnen ook leiden tot cosmetische schade. Schimmels of bacteriën kunnen in deze stip-achtige wonden gaan en indirecte schade veroorzaken.

Varenrouwmuggen

Varenrouwmuggen

Varenrouwmuggen zijn leden van de Sciaridea familie. Het zijn kleine (3-5 mm), donkere, mugachtige vliegen met lange, slanke voelsprieten en lange poten. Met name de larve van de varenrouwmug kan grote schade aanrichten.

Biologie

Fungas gnats houden erg van warme en vochtige omgevingen in de buurt van planten. Ze kunnen ook een heel jaar overleven in een kas.

Na het paren leggen de vrouwtjes 50-200 eieren die binnen 2-3 uitkomen. De larven gaan in een periode van 2-3 weken door 4 stadia heen. Aan het eind van het laatste stadium zijn ze ongeveer 5 mm lang, doorschijnend wit en hebben ze een waarneembare, zwarte kop.

De larven verpoppen zich in de grond en komen drie dagen later tevoorschijn als volwassen muggen. Als de temperatuur boven de 24° C ligt, planten ze zich continu en snel voort, met een levenscyclus van 3-4 weken. De larven voeden zich niet alleen met dood organisch materiaal, zoals schimmels en algen, maar ook met levend materiaal, zoals wortels en stengels. Ze boren zich in de wortels en/of stengels van stekjes, zaailingen en jonge planten. Door de schade die zij veroorzaken wanneer ze zich voeden, wordt de plant vatbaar voor een aantal secundaire infecties, zoals Pithium, Phytophtora, Botrytis, Fusarium en Verticillium.

Herkenning

  • Grootte: 2-3 mm
  • Geen duidelijk te onderscheiden ogen
  • Voelsprieten zonder vertakkingen
  • Langgerekt lichaam onderverdeeld in: kop, breed middenstuk, smal geribbeld buikgedeelte
  • Bruinzwarte lichaamskleur

NB: Let op de karakteristieke patronen op de vleugels

Schade

De larven kunnen directe schade veroorzaken door aan de wortels en stengels te knagen – ze kunnen er zelfs dwars doorheen boren. Indirecte schade wordt veroorzaakt doordat ze nematoden, mijten, schimmelsporen en virussen verspreiden.

Bestrijding

  • Verwijder al het dood, organisch materiaal en gebruik compost van goede kwaliteit.
  • Hypoaspis miles: De onder de grond levende roofmijt Hypoaspis miles is een specialist in het opruimen van de larven van de Varenrouwmug.
  • Atheta coriaria: De roofkever Atheta coriaria is een extreem vraatzuchtige en efficiënte vijand van de Varenrouwmug.
  • Steinernema-Systeem: Het Steinernema-Systeem (maakt gebruik van nematoden) kan succesvol worden ingezet tegen de Varenrouwmug.
  • Nematoden: Rondwormen of nematoden dringen binnen in de eitjes en de larven van de Varenrouwmug om zich voort te planten.

Rupsen

Rups

Een rups is de larve van een vlinder. Rupsen zijn over het algemeen onopvallende wezens, maar sommige soorten spelen een grote rol in menselijke aangelegenheden en zijn zeer bekend, voorbeelden zijn de zijderups (de rups van de zijde mot) en de eiken processie mot (Thaumethopea processionea, een plaag die eikenbomen aanvalt) .

Rupsen zijn ook een belangrijk element in de ecosystemen, niet alleen verwijderen ze een grote hoeveelheid van plantaardig materiaal, ze zijn ook prooi voor een grote verscheidenheid aan dieren, van vogels tot wespen.

Rupsen zijn snelle groeiers die een enorme hoeveelheid voedsel wegwerken. Ze hebben een karakteristieke lichaamsconstructie die weinig gelijkenis vertoont met de larven van andere insecten soorten. Rupsen hebben vele ingenieuze technieken voor het vermijden van de klauwen van roofdieren en sommige technieken kunnen ook voor mensen een heel gedoe zijn (en voor onze geliefde planten).

Schaderapport

Gekrulde bladeren of bladeren met geknabbelde gaten. Vraatschade door rupsen komt vooral voor in de late zomer en de herfst, maar de laatste jaren komen rupsenplagen opvallend meer en meer voor in het begin van het groeiseizoen.

Bestrijding

Er is een scala van methoden en producten voor het effectief omgaan met rupsen. Rupsen hebben de neiging zich in het blad op te krullen. Een enkele rups kan gemakkelijk met de hand worden verwijderd. Maar als je een echte plaag hebt, kan je gebruik maken van de bacterie Bacillus thuringiensis om de rupsen te bestrijden. Deze bacterie interfereert met de absorptie van voedsel door de rups, waardoor deze niet meer eet en sterft.

Gebruik Decis: spray wanneer de temperatuur boven de 15 ° Celsius en is wanneer er de komende zes uur geen regen wordt verwacht, bij voorkeur als het windstil is. Doorweek de planten van boven naar beneden. Voer na 10 dagen een controle uit. Als er nog steeds rupsen zijn, herhaal de behandeling. Productnaam: Decis (niet te verwarren met Confidor) 10ml/15 liter water.

Slakken & Naaktslakken

Slakken & Naaktslakken

Er zijn twee fundamentele soorten van slijmerige, knabbelende wezens: de naaktslak en de slak met zijn huisje. Deze twee soorten kunnen verder worden onderverdeeld, maar het voegt niets toe aan hetgeen waar onze interesse naar uit gaat. Voor de toepassing van dit artikel zullen we verwijzen naar "slakken" voor beide varianten, tenzij een soort in het bijzonder bedoeld wordt.

Slakken zijn nuttige dieren: ze ruimen gevallen bladeren op en verwerken deze voor hergebruik, waardoor ze een essentieel onderdeel zijn van het proces van humusvorming van de aarde. Helaas voor de cannabis kweker zijn slakken ook de grootste vijand van de cannabis plant. Hoewel beide soorten slakken ervan zullen genieten om je planten te decimeren, veroorzaakt de naaktslak de grootste schade. Voor de zekerheid kan je huisjes slakken ook gewoon met de hand verwijderen.

Beide soorten bewegen door het maken van golvende spiersamentrekkingen en een speciale soort slijm om zich verticaal te kunnen verplaatsen. Hierdoor kunnen ze lang vast blijven zitten en de effecten van zwaartekracht lang tegengaan.

Slakken en reproductie

Naaktslakken reproduceren zichzelf, in hun eentje. Na de bevruchting leggen slakken hun eieren in een gat in de grond, onder een steen, in een spleet in de aarde of een stuk hout, of in een composthoop. Daarom is het zeker een goed advies om je wiet niet te planten in de buurt van een composthoop.

De eieren komen uit na de winter, als ze de vorst overleven, en ze zullen snel beginnen met het zoeken naar voedsel. Dus zorg ervoor dat jouw planten niet de eerste lekkere snack zijn die ze zien.

Schade door slakken diagnosticeren

De meest prominente van de slak aanval is de aanwezigheid van slijm paden. Verder zal je zien dat hele delen van je blad bedekking zijn opgegeten, tot net boven de grond. Niet-opgegeten bladeren worden soms gebruikt als een 'ontsnappingsroute' voor de kleine ellendelingen.

Het voorkomen van en het omgaan met slak aanvallen

Er zijn een aantal verschillende stoffen voor gebruik tegen slak aanval.

  • Koffiedik: strooi rond je planten: dit vertroebelt hun slijmspoor, waardoor slakken terughoudend zijn erover te kruipen.
  • Houtskool: strooi rond je planten: belemmert ook het slijmspoor en rommelt met de vochtbalans van de slak, waardoor ze het risico lopen te sterven op de houtskool.
  • Slakkenkorrels: strooi rond (kies de organische!)
  • Bier barrière: begraaf een bierglas in de grond, de rand wat uitstekend, doe er een laagje bier in. Vervang het bier dagelijks.
  • Maak een barrière van koper: baken je tuin ermee, plak koperband op je potten, maak een koperen cirkel rond je pot.
  • Strooi zout op slakken: niet erg diervriendelijk, ze zullen geleidelijk door uitdroging sterven!

Last gehad van een slak aanval?

Je hoeft nu niets te doen. Laat de plant gewoon staan om zichzelf te herstellen. Je kunt bovenstaande methoden toepassen, handmatig de slakken verwijderen of, als de schade te ernstig is, proberen een stekje van je plant te nemen en dit te klonen.

Spintmijten

Spintmijten

Spint (rode spintmijten): een vervelend en bijna onzichtbaar ongedierte.

Zeker onder de tuinliefhebbers is een 'spint plaag' een steeds terugkerende ergernis. Preventie is een effectief wapen tegen wat in het Nederlands spint wordt genoemd, een handiger naam de uit het Engels vertaalde rode spintmijt (dus we gebruiken beide namen hier). Hoe dan ook, voorkom dat dit minuscule ongedierte een poot op uw planten zet.

Spint herkennen

Spint zijn plantenparasieten die meestal tussen 0,2 en 0,5 mm lang worden. Er zijn vele soorten mijten en, in tegenstelling tot insecten, hebben ze acht poten die opvallend naar de voor-en achterkant wijzen. Ze hebben een peervormig, geel-groen, bruinig of rood lichaam. Spint mijten gedijen in een warme, droge omgeving en in het bijzonder de aandacht vestigen op planten die onder stress staan en verzwakt zijn vanwege uitdroging. Ze doorboren de celwand van toppen, bloemen en vruchten en zuigen ze droog. Hierdoor zijn deze cellen niet meer in staat tot het opnemen van voldoende voedingsstoffen, met onvermijdelijke resultaten.

Symptomen van spint

Spint mijten vermenigvuldigen zich snel in warm en droog weer. In een enkel jaar zijn tot negen generaties mogelijk en elk vrouwtje kan ongeveer 80 eieren leggen. De parasieten overleven de winter als eieren, als volwassenen verborgen in de aarde of in de spleten in de schors. Meestal zul je eerst de symptomen herkennen voordat de eigenlijke besmetting plaats vindt. De eerste tekenen zijn klein: zilverachtige of gele spikkels op de bovenzijde van het blad. Met een ernstige aantasting kunnen webben een gehele plant bedekken.

Spint preventie

Preventie is de beste remedie. Dus houd om te beginnen je planten en hun omgeving een beetje vochtig. Als je een besmetting ontdekt, verwijder de aangetaste delen zo snel mogelijk. Spoel vervolgens de plant grondig af met een oplossing van spiritus en zeepsop. Herhaal deze behandeling een paar keer per week.

Als je na een paar weken nog steeds last hebt van de besmetting, dan is je beste optie het aanbrengen van een stof op basis van natuurlijke pyrethrum. Wees echter voorzichtig met deze middelen, ze zijn ook schadelijk voor de mens als je het binnenkrijgt of in contact laat komen met een open wond. Waar je ook rekening mee moet houden is, dat je vanwege de snelle opeenvolging van generaties, ook te maken kan krijgen met resistentie. Dat wil zeggen dat je waarschijnlijk een andere stof moet proberen als het niet lukt de spint mijten uit te roeien na een aantal applicaties. Bovendien hebben de meeste insecticiden geen effect op de eieren.

We kunnen er ook voor kiezen om een biologische vijand te gebruiken, zoals diverse roofmijten en insecten, lieveheersbeestjes en gaasvliegen.

Tripsen

TripsTripsen zijn erg klein (1mm in diameter) en kunnen niet erg goed vliegen, hoewel ze met behulp van thermiek en wind in groten getale op zeer grote hoogtes aangetroffen kunnen worden. Onder optimale omstandigheden kunnen tripsen zich in die mate voortplanten en vermenigvuldigen dat ze niet meer als gewoon vervelend, maar als een plaag worden gezien die bestreden moet worden.

Dit beestje heeft monddelen waarmee hij kan steken en zuigen en die hij gebruikt om cellen te doorboren en leeg te zuigen; hierdoor sterft de cel af. In tegenstelling tot luizen spuiten ze geen giftige vloeistoffen de cel in, maar ze vullen deze wel met lucht. Na een poosje krijgt de plant een grijs, uitgedroogd voorkomen omdat zijn cellen worden leeggezogen. Deze insecten kunnen zich erg gemakkelijk verplaatsen en daardoor zijn ze in staat binnen een korte tijdspanne behoorlijk wat schade aan te richten.

De tripsen leggen hun eitjes in het bladweefsel en na 8 dagen komen ze uit. De jonge larven zijn wit van kleur en leven in groepen. In een later stadium van hun levenscyclus verspreiden ze zich over het hele blad. Na 14 dagen beginnen ze te verpoppen.

De meest voorkomende soorten tripsen zijn de gestreepte kastrips (Parthenothrips dracanae) en de tabaktripsen (Thrips tabaci). De Californische trips is met name moeilijk te bestrijden vanwege zijn goede resistentie tegen verschillende soorten insecticiden. Californische trips worden meestal gevonden in broeikassen, maar in de zomer kunnen ze buiten ook problemen veroorzaken. Het is echter niet bekend of ze de Europese winters ook buiten kunnen overleven. De Californische trips verpopt zich over het algemeen onder de grond of in beschutte plekken, maar soms ook op bladeren of in bloemen. Hun levenscyclus duurt 2 tot 3 weken als de temperatuur tussen de 20-30°C ligt. De Californische trips is een drager van TSWV (Tomatenbronsvlekkenvirus), dat verschillende planten aantast, waaronder chrysanten en amarylissen.

Eigenschappen van de Californische trips

  • Ongeveer 1,3-1,4 mm groot
  • Volwassen trips zijn geel tot oranje van kleur
  • Volwassen trips worden meestal aangetroffen in de bovenste delen van de plant
  • Hun voelsproeten bestaan uit acht segmenten (dit kun je met een vergrootglas zien)
  • Bloemknoppen en groeischeuten kunnen ernstig misvormd raken
  • Als de plant toppen of bloemen heeft, kan de trips stuifmeel daarop overbrengen
  • Verpopping geschiedt doorgaans ondergronds
  • Gaat niet in diapauze (ontwikkelingsstilstand tijdens ongunstige omstandigheden)
  • Kan virusinfecties overbrengen

Het bestrijden van tripsen

Het Bestrijden Van Tripsen

Het is om te beginnen van belang dat je het vochtgehalte opvoert tot 75-80%, want dan zal de plaag zich in ieder geval langzamer verspreiden; de trips houdt niet van hoge vochtgehaltes. Dit alleen is nog niet voldoende om van je critters af te komen. Maar je plant wassen met een oplossing van zachte vloeibare zeep (20 g/l) en 10 cm³ spiritus is wel een eenvoudige remedie. Als dit niet het gewenste resultaat oplevert, kunnen de volgende technieken misschien helpen:

Als je een biologische methode wilt proberen, kun je misschien de roofwants gebruiken. Je kunt deze bij gespecialiseerde bedrijven kopen. Ze voeden zich met tripsen en mijten. Deze zijn het meest effectief:

  • Amblyseius cucumeris: een lichtbruine, zeer beweeglijke roofmijt die zich bij een hoge luchtvochtigheid en een temperatuur van rond de 25°C erg op zijn gemak voelt. De cyclus van ei naar volwassenheid duurt 8-11 dagen. Deze roofmijt leeft 18-21 dagen en overvalt de tripsen wanneer ze zich in het larvestadium bevinden en zuigt ze dan leeg. Daarom is het ook de moeite waard om deze roofmijten als preventieve maatregel bij elke plaag en/of elke nieuwe plant los te laten – het wordt je zelfs van harte aanbevolen.
  • Amblyseius degenerans: een roofmijt die iets groter is dan zijn ‘zusje’ Cucumeris. De Degenerans is beweeglijker, minder gevoelig voor temperatuur en gedijt beter bij een lager vochtgehalte. De Degenerans komt vaker dan de Cucumeris in toppen voor en vangt tripsen op dezelfde manier als de Cucumeris. Vanwege zijn grotere beweeglijkheid, lagere gevoeligheid voor temperatuur en luchtvochtigheid, en zijn vermogen om zich in de bloem/top te verbergen, is de Degenerans iets succesvoller/effectiever dan de Cucumeris, vooral bij lage vochtgehaltes. Het nadeel is dat de Degenerans moeilijker te kweken is en daarom ook duurder en niet altijd verkrijgbaar.
  • Orius laevigatus: een snelle, donkerbruine roofwants, 1-3 mm groot met karakteristieke rode ogen. De cyclus van ei naar volwassenheid duurt 2-3 weken; de volwassen wants leeft 3-4 weken. De snelheid van deze cyclus en van hun levensduur hangt af van de temperatuur. Samen met de Degenerans of Cucumeris is Orius in staat om de tripspopulatie op een acceptabel peil te houden of ze zelfs volledig uit te roeien. Het wordt ten zeerste aanbevolen om de Orius los te laten zodra je de eerste tekenen van trips waarneemt. Als er geen trips meer zijn om op te jagen, zal de Orius ook andere insecten in de kweekruimte eten, zoals de rode spinmijt, bladluis en witte vlieg. Daar komt nog bij dat de Orius de enige natuurlijke vijand is die behalve de larven ook de volwassen tripsen aanvalt. De Orius zuigt zijn slachtoffer droog en is een vraatzuchtige en agressieve jager die erom bekend staat dat hij op een prooi jaagt zonder hem daarna op te eten.
  • Chrysopa carnea: een gaasvliegje; de larve van dit beestje is een uiterst agressieve jager in de ‘zuig-‘m-droog’ stijl. Deze larven zijn zeer actief gedurende 12-13 dagen en binnen deze tijd kunnen ze de insectenplaag waar ze op jagen (witte vlieg, tripsen en bladluizen) behoorlijk decimeren. Hoewel de Carnea minder achter tripsen aanjaagt en vooral gebruikt wordt om bladluispopulaties in de hand te houden, worden de larven van de gaasvliegsoort vaak ook toegepast, want de Carnea is uitermate goed bestand tegen schommelingen van de temperatuur en de luchtvochtigheid. Het preventief loslaten van deze gaasvlieg heeft echter geen zin. Laat ze alleen los wanneer een plaag zichtbaar is, want de larven zijn erg beweeglijk en gaan er gewoon vandoor als je ze niet in de buurt van een prooipopulatie loslaat.

Witte Vlieg

Witte Vlieg

Witte vlieg is de naam gegeven aan een verscheidenheid van bug-achtige insecten die behoren tot de Aleyrodidae familie. Het zijn kleine leden van de Hemiptera familie (wantsen) die zich voeden aan de onderzijde van de bladeren van planten. Ze beschadigen planten omdat zij boren in het floëem (het weefsel dat suikers transporteert rond de plant). De plant verliest hierdoor turgor en reageert ook op het giftige speeksel van witte vlieg.

Omdat de witte vlieg samen leeft in grote groepen kunnen zij een plant snel helemaal decimeren. Hun impact kan zo ernstig zijn dat wanneer iemand tegen een blad aan veegt, een zwerm witte vliegen weg trekt, even fladdert en opnieuw landt aan de onderzijde van het blad. Ook scheiden zij honingdauw uit, wat weer een voedingsbron kan worden voor schimmels, terwijl de kleverigheid van dit materiaal ook een terminaal probleem kan worden voor sommige planten, zoals katoen.

Een van de meest bekende soorten is de Kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum), die een schadelijk insect is in de glastuinbouw. Andere bekende soorten zijn de Silverleaf of Sweet potato whitefly (Bemisia argentifolii) en de Banded gevleugelde witte vlieg (Trialeurodes abutiloneus).

Bestrijding

De bestrijding van witte vlieg is moeilijk. De Kaswittevlieg heeft resistentie ontwikkeld tegen vele pesticiden. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw adviseert besmetting te voorkomen, met het gebruik van een biologisch agens wanneer dat mogelijk is.

Zij adviseren de toepassing van gele, kleverige vallen om de aanwezigheid van witte vlieg te detecteren en alleen selectief insecticiden toe te passen. De witte vlieg kan ook worden bestreden met behulp van de natuurlijke vijanden zoals de sluipwesp. Dit roofdier insect jaagt witte vliegen voor voedsel en de larven van gaasvliegen vallen ook de witte vlieg aan om hen vervolgens leeg te zuigen.

AARDRUPSEN

Aardrupsen

AARDRUPSEN - BIOLOGIE

Aardrupsen zijn een gluiperig soort rupsen. Ze zien er vrij onschuldig uit, maar als niemand het ziet, slopen ze je cannabisplanten. Aardrupsen zijn de rupsen van motten die behoren tot de vlinderfamilie Noctuidae. Ze worden geclassificeerd op basis van het gedrag en de uiterlijke kenmerken. De rupsen worden dan ook niet onderverdeeld als specifieke soort. Deze nietsontziende ninja's worden 's nachts actief. Overdag verstoppen ze zich onder de bovenste laag van de aarde.

Ze kunnen ongeveer 3cm groot worden. Volgroeide aardrupsen zijn ongeveer zo dik als een kleurpotlood en kunnen variëren van bruin, geel, tot grijs. Bij aanraking krullen ze zich in de vorm van een croissantje op. De levenscyclus bedraagt een jaar. Gedurende de wintermaanden resideren de eitjes onder de bovenste laag van de aarde.

In de maanden april en mei komen ze uit en veranderen ze in aardrupsen. Ze komen steeds iets meer naar de oppervlakte van de aarde en in augustus evolueren ze tot motten. Deze leggen weer eitjes onder de rulle grond. En zo gaat dat steeds door.

SCHADEVERSLAG

Aardrupsen kunnen cannabisplanten behoorlijk beschadigen. Vaak vreten ze de hoofdstam door waardoor de plant afsterft. Aardrupsen vinden het heerlijk om aan een zaailingen te knabbelen tot het moment dat ze zes tot acht nodes heeft ontwikkeld. Vergeleken met andere soorten ongedierte moet je in dit geval snel handelen en ze doden voordat ze je plantage vernietigen.

Als een aardrups 's nachts eenmaal een zaailing heeft aangevreten, is er geen redden meer aan. De plant is ten dode opgeschreven. Bij een ernstige invasie kunnen aardrupsen in een nacht een hele plantage vernietigen.

AARDRUPSEN VOORKOMEN EN BESTRIJDEN

Om de aanwezigheid van aardrupsen in je cannabistuin te voorkomen, kun je het best in augustus actie ondernemen. Zorg ervoor dat motten zich niet welkom voelen en je tuin uitkiezen als een goede locatie voor het leggen van hun eitjes. Compost, dode bladeren en alle soorten onkruid (behalve wiet) moeten verwijderd worden. Als er aardrupsen ontdekt worden en er groeien zonnebloemen in de buurt, dan moet je die met wortel en al uitroeien, want aardrupsen zijn er verzot op.

Overdag verstoppen aardrupsen zich onder de bovenste laag van de aarde. Als je omgevallen zaailingen ziet, wroet dan de bodem een beetje om. Als er aardrupsen geconstateerd worden, dient de locatie direct met een insecticide behandeld te worden. Omdat de rupsen 's nachts foerageren, dienen de insecticiden in de avond gebruikt te worden.

Je kunt ook muls neerleggen op je kweeklocatie want dat trekt kikkers aan en die zijn verzot op aardrupsen. Maïsmeel werkt ook goed. Vliegen, mieren en aardrupsen eten ervan, maar ze kunnen het niet verteren en leggen vervolgens het loodje. Je kunt ook Bacillus thuringiensis gebruiken. Dat is een pesticide dat goed werkt tegen aardrupsen.

KREKELS

Krekels

KREKELS - BIOLOGIE

Krekels zijn bekende insecten die je in je tuin kunt aantreffen, maar ook in De Avonturen van Pinokkio. Jammer genoeg vormen ze een grote bedreiging voor onze geliefde cannabisplanten. Ze knabbelen graag aan de bladeren van cannabis en krijgen er nooit genoeg van. Er bestaan twee hoofdsoorten krekels waar je op moet letten; de zogenaamde gewone veldkrekel en veenmollen. Veldkrekels zijn makkelijker op te sporen dan veenmollen. Die leven namelijk ondergronds.

Krekels zijn nachtinsecten en voornamelijk 's nachts actief. Je kunt ze vaak herkennen aan het luide getsjirp in de nacht. Sommige mensen vinden dat rustgevend, maar voor cannabiskwekers is het alsof het luchtalarm afgaat en de oogst in gevaar is. Krekels behoren tot de Gryllidae familie. Er zijn over de hele wereld 900 soorten geïdentificeerd. Welke krekels het meest van cannabis houden, weten we niet precies.

SCHADEVERSLAG

Schade door krekels kun je vaak herkennen aan gaten in de cannabisbladeren. Ze eten plantaardig materiaal, in tegenstelling tot sommige insecten die de inhoud van de cellen leegzuigen. Veenmollen doen zich ook vaak tegoed aan het wortelstelsel.

Dat heeft noodlottige gevolgen. Veenmollen graven zich in de grond in en daarbij laten ze hoopjes aarde achter. Deze trekken wasberen, ratten en vossen aan, die de cannabisplanten zouden kunnen beschadigen.

KREKELS VOORKOMEN EN BESTRIJDEN

Krekels worden door licht aangetrokken. Je zou gedurende de nacht de verlichting in de buurt van de planten dan ook tot een minimum moeten terugbrengen. Het is bovendien zo dat wanneer een vrouwelijke plant tijdens de nachtcyclus aan licht blootgesteld wordt de kwaliteit achteruit gaat. Het is dus een goede gewoonte om het licht 's nacht tot een minimum te beperken. Krekels schamen zich er ook niet voor om uit de vuilnisbak te eten. Het is dus eveneens een goede gewoonte om de kweekplek schoon en vrij van afval te houden.

Er zijn speciale krekelvangers te koop. Die vangen de krekels zonder ze te doden. Heb je echter met een krekelinvasie te maken, dan zit er niets anders op dan je toevlucht te zoeken tot insecticiden. Spinosad is een veilige en biologische insecticide die ingezet kan worden in de strijd. Je moet het op de planten spuiten en rechtstreeks op de krekels.

Je zou ook neem olie kunnen gebruiken. Dat is een natuurlijke en bittere olie. Spuit het nooit rechtstreeks op de toppen, anders smaken die later verschrikkelijk. Bovendien kan de substantie een mogelijk gevaar voor ons, mensen, opleveren.

Je zou kunnen overwegen een kweektunnel over je jonge plantjes te plaatsen. Dit zorgt voor een fysieke barrière en zo kunnen de krekels niet zomaar de kweekplek betreden. Gebruik geen pyrethrine; het is effectief bij het bestrijden van krekels, maar bijen gaan er dood aan. Bijen zijn zeer nuttig, dus laat ze niet uitsterven.

WOLLUIZEN

Wolluizen

WOLLUIZEN - BIOLOGIE

Wolluizen behoren tot de familie Pseudococcidae. Het zijn kleine insecten, maar met het blote oog goed te zien. Ze zien er wit en wollig uit en lijken op Yeti insecten. Er zijn verschillende ondersoorten wolluizen, die andere kleuren kunnen hebben, zoals bruin of zwart. Ze doen zich graag tegoed aan verschillende plantensoorten. Cannabis staat ook op hun menu.

Wolluizen prikken een gaatje in het plantenweefsel en zuigen de inhoud uit de cellen. Ze scheiden zoete honingdauw uit en daar komen mieren op af. Wolluizen kunnen meerdere generaties per jaar voortbrengen. De eitjes worden larven, de larven worden wolluizen en die gaan weer eitjes leggen. Ze zijn vrij bewegelijk rond de plant.

SCHADEVERSLAG

Op het moment dat je bruine plekjes ziet op de bladeren zou je met wolluis te maken kunnen hebben. Ze scharrelen rond en zijn relatief groot; je zou ze eenvoudig moeten kunnen ontdekken. Wolluizen verzamelen zich graag op de stelen, maar je treft ze ook aan op de bladeren. Mocht je kleverige plekjes op de blaadjes constateren, dan zou dat kunnen komen door de honingdauw die wolluizen uitscheiden.

Echter, andere insecten, zoals de witte vlieg en bladluis, kunnen ook honingdauw afscheiden. Wolluizen kunnen indirect een schimmel creëren. Hierdoor wordt vervolgens het proces van de fotosynthese geblokkeerd en worden er donkere plekken op de planten zichtbaar.

Kijk goed uit naar donkere plekjes op de bladeren of schimmel op de plant. De mierzoete honingdauw trekt mieren aan. Als je die ziet, doen ze zich misschien wel tegoed aan de honingdauw van de wolluizen.

WOLLUIS VOORKOMEN EN BESTRIJDEN

Er bestaan enkele veilige methodes om van deze lastpakken af te komen. Wolluizen kun je het best uitroeien tijdens de groeiperiode van je cannabisplanten. Je wilt immers geen pesticiden en insecticiden op de toppen spuiten. Diatomeeënaarde lost de wolluisinvasie dan wel niet helemaal op, het helpt absoluut. Het is een natuurlijk product dat bestaat uit de skeletjes van eencellige kiezelwieren.

Als wolluizen over deze diatomeeënaarde lopen, dringt het door hun schildjes waardoor ze doodgaan. Je zou zo klein als een wolluis moeten zijn om last van snijwonden te krijgen; het is alleen scherp op microniveau. Mensen lopen geen gevaar.

Een lapje katoen doordrenkt met een mengsel van 50% water en 50% alcohol kan gebruikt worden om dit soort insecten handmatig naar de andere wereld te helpen. Een mengsel met dezelfde verhouding kun je ook op de bladeren vernevelen. Neem olie en een mix op basis van zeep werken ook goed.

Je kunt ook de planten tijdens de groeiperiode een flinke douche geven met water waarvan de pH-waarde is afgesteld. Zo spoel je de wolluizen van de plant. De hoeveelheid neemt aanzienlijk af, maar het probleem is niet helemaal verholpen. Lieveheersbeestjes in de buurt van je planten loslaten werkt ook goed. Wolluizen zijn voor hen namelijk een delicatesse.

BLADLUIZEN

Bladluizen

BLADLUIZEN - BIOLOGIE

Bladluizen behoren tot de "plantenluizen" waarvan de wetenschappelijke naam Aphidoidea is. Ze worden gezien als de meest destructieve insecten - de aartsvijanden van de cannabisplant. Ze kunnen je met liefde onderhouden ganjatuintje in een slagveld veranderen.

De kleine insecten zijn doorgaans 1-10mm lang, boren een gat in de plantencel en zuigen al het vocht eruit. Bladluizen kunnen ook fatale plantenvirussen verspreiden die makkelijk een oogst vernietigen.

Doorgaans zijn ze groen van kleur, maar er bestaan ook bruine, witte en zwarte. Net als de wolluizen produceren bladluizen een soort honingdauw en daar komen de mieren weer om de hoek kijken. Wat misschien wel interessant is; mieren beschermen de eitjes van bladluizen tijdens de winter en zetten ze op de planten wanneer het warm wordt. Zo kunnen de mieren van de honingdauw genieten. Verspreid over de hele aardbol leven er meer dan 4000 soorten bladluis.

SCHADEVERSLAG

Bladluizen kun je waarnemen onder de bladeren van de cannabisplant waar ze zich verschuilen voor het zonlicht. De blaadjes vertonen bruine plekjes waar de luizen het plantaardig materiaal hebben leeggezogen. De honingdauw die ze afscheiden, schittert in het licht; het kan ook schimmel veroorzaken. Zoals gezegd, trekken bladluizen mieren aan.

Ook vergelen de bladeren en beginnen de blaadjes weg te kwijnen. Bladluizen kunnen diverse ziekten bij cannabisplanten veroorzaken. Je moet bij ongegronde ziektes dan ook rekening houden met een invasie van bladluis.

BLADLUIZEN VOORKOMEN EN BESTRIJDEN

Voordat je begint met het inrichten van een ganja-tuin zou je kunnen overwegen om wat cannabisvriendelijke roofinsecten in te zetten. Denk aan lieveheersbeestjes, de larven van de Aphidoletes aphidimyza, parasitaire wespen en gaasvliegen; die eten allemaal bladluis. Het valt echter niet te verwachten dat dit een heftige invasie verhelpt.

Spinosad, een zeepmengsel tegen insecten, Essentria IC3 en neem olie werken ook goed. Spinosad is een fantastische en natuurlijke manier om van bladluis af te komen. Je kunt het zelfs aan het water toevoegen dat je aan de planten geeft zodat alle bladluizen die er van drinken de pijp uitgaan. Sommige kwekers gebruiken biologische essentiële olie verkregen uit bijvoorbeeld rozemarijn, citroen, of kaneel. Die vermengt men met water, wat men vervolgens met een nevelspuit op de bladeren verneveld.

MIEREN

Mieren

MIEREN - BIOLOGIE

Mieren zijn bijzonder intelligente diertjes. We onderzoeken hun gedrag nauwkeurig. Tot op heden weten we dat er meer dan 12.000 soorten mieren zijn. Het zijn zes-potige insecten die zowel nuttig als destructief voor cannabisplanten kunnen zijn. Een paar mieren op de plantage kunnen helpen tunneltjes in de aarde te maken, waardoor er zuurstof doorgelaten wordt; dat voedt het wortelstelsel.

Ook eten ze dode insecten en dat heeft weer tot gevolg dat die omgezet worden in waardevolle voedingsstoffen voor de cannabisplant. Vergeet echter niet dat mieren ook bladluizen onderhouden. En dat zijn zeer ongewenste insecten op cannabisplantages omdat ze de planten kunnen ruïneren. Hoewel mieren zelf geen plant vernietigen, moedigen ze andere insecten aan dit wel te doen.

SCHADEVERSLAG

Mieren en bladluizen leven in symbiose. Mieren zijn dol op de honingdauw die de luizen produceren. Mieren onderhouden de bladluizen door in de winter hun eitjes ondergronds op te slaan. De eitjes worden in de lente op verschillende planten uitgezet en veranderen in bladluizen. Die produceren op hun beurt weer de honingdauw voor de mieren. Daarom zou de schade die de bladluizen aanrichten best wel eens het gevolg kunnen zijn van een mierenplaag.

Je moet letten op bruine plekjes op de bladeren, her en der verspreide uitgedroogde cannabisplanten, schimmels en honingdauw. Mieren zijn redelijk eenvoudig te ontdekken want ze zijn zeer actief en bewegen veel.

MIEREN VOORKOMEN EN BESTRIJDEN

Mieren gruwelen van kaneel, cayennepeper en koffie. Je kunt kaneelpoeder mixen met water waarvan de pH-waarde is afgesteld en dat vervolgens op de aarde sproeien. Het ruikt verrukkelijk, doodt de mieren en voorkomt dat andere mieren de plek betreden.

Diatomeeënaarde helpt ook fantastisch. Let er wel op dat je voedingsveilige diatomeeënaarde aanschaft; dat is een niet-giftige manier om mieren te doden. De piepkleine deeltjes waaruit de diatomeeënaarde bestaat, dringen de mierenlijfjes binnen en dat overleven ze niet.

Er zijn kwekers die mieren uitzetten op hun plantage voor het verbeteren van de aarde. Je kunt deze methode echter beter overlaten aan ervaren botanisten. Je kunt in plaats daarvan aardwormen uitzetten. Die breken namelijk voedingsstoffen af die daardoor makkelijker door de planten kunnen worden opgenomen. Aardwormen zijn ook zeer bedreven in het graven van tunneltjes en daardoor kan een plant efficiënter zuurstof opnemen.



Top 10 Autoflowering