Product successfully added to your shopping cart.
Check out

Het herkennen van tripsen

TripsTripsen zijn erg klein (1mm in diameter) en kunnen niet erg goed vliegen, hoewel ze met behulp van thermiek en wind in groten getale op zeer grote hoogtes aangetroffen kunnen worden. Onder optimale omstandigheden kunnen tripsen zich in die mate voortplanten en vermenigvuldigen dat ze niet meer als gewoon vervelend, maar als een plaag worden gezien die bestreden moet worden.

Dit beestje heeft monddelen waarmee hij kan steken en zuigen en die hij gebruikt om cellen te doorboren en leeg te zuigen; hierdoor sterft de cel af. In tegenstelling tot luizen spuiten ze geen giftige vloeistoffen de cel in, maar ze vullen deze wel met lucht. Na een poosje krijgt de plant een grijs, uitgedroogd voorkomen omdat zijn cellen worden leeggezogen. Deze insecten kunnen zich erg gemakkelijk verplaatsen en daardoor zijn ze in staat binnen een korte tijdspanne behoorlijk wat schade aan te richten.

Dode plantcellenDe tripsen leggen hun eitjes in het bladweefsel en na 8 dagen komen ze uit. De jonge larven zijn wit van kleur en leven in groepen. In een later stadium van hun levenscyclus verspreiden ze zich over het hele blad. Na 14 dagen beginnen ze te verpoppen.

De meest voorkomende soorten tripsen zijn de gestreepte kastrips (Parthenothrips dracanae) en de tabaktripsen (Thrips tabaci). De Californische trips is met name moeilijk te bestrijden vanwege zijn goede resistentie tegen verschillende soorten insecticiden. Californische trips worden meestal gevonden in broeikassen, maar in de zomer kunnen ze buiten ook problemen veroorzaken. Het is echter niet bekend of ze de Europese winters ook buiten kunnen overleven. De Californische trips verpopt zich over het algemeen onder de grond of in beschutte plekken, maar soms ook op bladeren of in bloemen. Hun levenscyclus duurt 2 tot 3 weken als de temperatuur tussen de 20-30?C ligt. De Californische trips is een drager van TSWV (Tomatenbronsvlekkenvirus), dat verschillende planten aantast, waaronder chrysanten en amarylissen.

Eigenschappen van de Californische trips

  • Ongeveer 1,3-1,4 mm groot
  • Volwassen trips zijn geel tot oranje van kleur
  • Volwassen trips worden meestal aangetroffen in de bovenste delen van de plant
  • Hun voelsproeten bestaan uit acht segmenten (dit kun je met een vergrootglas zien)
  • Bloemknoppen en groeischeuten kunnen ernstig misvormd raken
  • Als de plant toppen of bloemen heeft, kan de trips stuifmeel daarop overbrengen
  • Verpopping geschiedt doorgaans ondergronds
  • Gaat niet in diapauze (ontwikkelingsstilstand tijdens ongunstige omstandigheden)
  • Kan virusinfecties overbrengen

Het bestrijden van tripsen

Het is om te beginnen van belang dat je het vochtgehalte opvoert tot 75-80%, want dan zal de plaag zich in ieder geval langzamer verspreiden; de trips houdt niet van hoge vochtgehaltes. Dit alleen is nog niet voldoende om van je critters af te komen. Maar je plant wassen met een oplossing van zachte vloeibare zeep (20 g/l) en 10 cm³ spiritus is wel een eenvoudige remedie. Als dit niet het gewenste resultaat oplevert, kunnen de volgende technieken misschien helpen:

Als je een biologische methode wilt proberen, kun je misschien de roofwants gebruiken. Je kunt deze bij gespecialiseerde bedrijven kopen. Ze voeden zich met tripsen en mijten. Deze zijn het meest effectief:

  • Amblyseius cucumeris: een lichtbruine, zeer beweeglijke roofmijt die zich bij een hoge luchtvochtigheid en een temperatuur van rond de 25?C erg op zijn gemak voelt. De cyclus van ei naar volwassenheid duurt 8-11 dagen. Deze roofmijt leeft 18-21 dagen en overvalt de tripsen wanneer ze zich in het larvestadium bevinden en zuigt ze dan leeg. Daarom is het ook de moeite waard om deze roofmijten als preventieve maatregel bij elke plaag en/of elke nieuwe plant los te laten – het wordt je zelfs van harte aanbevolen.
  • Amblyseius degenerans: een roofmijt die iets groter is dan zijn ‘zusje’ Cucumeris. De Degenerans is beweeglijker, minder gevoelig voor temperatuur en gedijt beter bij een lager vochtgehalte. De Degenerans komt vaker dan de Cucumeris in toppen voor en vangt tripsen op dezelfde manier als de Cucumeris. Vanwege zijn grotere beweeglijkheid, lagere gevoeligheid voor temperatuur en luchtvochtigheid, en zijn vermogen om zich in de bloem/top te verbergen, is de Degenerans iets succesvoller/effectiever dan de Cucumeris, vooral bij lage vochtgehaltes. Het nadeel is dat de Degenerans moeilijker te kweken is en daarom ook duurder en niet altijd verkrijgbaar.
  • Orius laevigatus: een snelle, donkerbruine roofwants, 1-3 mm groot met karakteristieke rode ogen. De cyclus van ei naar volwassenheid duurt 2-3 weken; de volwassen wants leeft 3-4 weken. De snelheid van deze cyclus en van hun levensduur hangt af van de temperatuur. Orius leavigatusSamen met de Degenerans of Cucumeris is Orius in staat om de tripspopulatie op een acceptabel peil te houden of ze zelfs volledig uit te roeien. Het wordt ten zeerste aanbevolen om de Orius los te laten zodra je de eerste tekenen van trips waarneemt. Als er geen trips meer zijn om op te jagen, zal de Orius ook andere insecten in de kweekruimte eten, zoals de rode spinmijt, bladluis en witte vlieg. Daar komt nog bij dat de Orius de enige natuurlijke vijand is die behalve de larven ook de volwassen tripsen aanvalt. De Orius zuigt zijn slachtoffer droog en is een vraatzuchtige en agressieve jager die erom bekend staat dat hij op een prooi jaagt zonder hem daarna op te eten.
  • Chrysopa carnea: een gaasvliegje; de larve van dit beestje is een uiterst agressieve jager in de ‘zuig-‘m-droog’ stijl. Deze larven zijn zeer actief gedurende 12-13 dagen en binnen deze Chrysopa carneatijd kunnen ze de insectenplaag waar ze op jagen (witte vlieg, tripsen en bladluizen) behoorlijk decimeren. Hoewel de Carnea minder achter tripsen aanjaagt en vooral gebruikt wordt om bladluispopulaties in de hand te houden, worden de larven van de gaasvliegsoort vaak ook toegepast, want de Carnea is uitermate goed bestand tegen schommelingen van de temperatuur en de luchtvochtigheid. Het preventief loslaten van deze gaasvlieg heeft echter geen zin. Laat ze alleen los wanneer een plaag zichtbaar is, want de larven zijn erg beweeglijk en gaan er gewoon vandoor als je ze niet in de buurt van een prooipopulatie loslaat.

Terug naar Cannabis Kweekgids

Terug naar Oplossen van Problemen

Terug naar Insectenplagen

Top 10 Autoflowering