Product successfully added to your shopping cart.
Check out

Cannabisplanten bewateren

Cannabisplanten bewateren

We doen alles wat we maar kunnen om ervoor te zorgen dat onze planten zo goed mogelijk groeien. We zorgen voor optimale belichting om er zeker van te zijn dat er een goede toevoer van CO2 is. Het derde essentiële onderdeel is een regelmatige bewatering.

Het meest eenvoudige irrigatiesysteem bestaat uit een dompelpomp gekoppeld aan een timer, waar slangen met druppelaars aan vastzitten. De dompelpomp wordt in een vat met voedingswater gestopt dat groot genoeg is zodat het niet meer dan twee keer per week gevuld moet worden. Een goede vuistregel is om een vat te gebruiken met een volume van ten minste 25 liter per m² tuinoppervlak. Per m² tuin komt dit neer op 5-7 liter voedingswater per dag. Elke 3-4 dagen bijvullen moet voldoende zijn. Denk eraan dat er voldoende water in het vat moet zijn om het verwarmingselement en de dompelpomp onder water te houden. Beide apparaten gaan kapot als ze in werking zijn zonder dat ze zich in het water bevinden…

Opslagtank voor voedingswater

De opslagtank voor het voedingswater wordt bij voorkeur op de grond geplaatst. Ten eerste bespaart dit ruimte. Het kan makkelijk onder de kweektafel(s) geplaatst worden. Ten tweede voorkomt het uitwisseling tussen de vaten. Als de tank hoog geplaatst wordt, zal het water ook uit de tank vloeien zonder hulp van een dompelpomp. Dit gebeurt zolang als het waterniveau in de tank op dezelfde hoogte staat als het laagste punt van de aangesloten irrigatieslang.

Er zijn oplossingen voor tanks die met elkaar in contact staan. Bijvoorbeeld door een elektrische tap te plaatsen tussen de tank en de irrigatieslang. Deze oplossing is onnodig duur. Je kunt het contact tussen de tanks verhinderen door op het hoogste punt van de tyleen (flexibele pijp) en boven het waterniveau een overloopleiding aan te sluiten.

De dompelpomp moet sterk genoeg zijn om water te kunnen pompen door alle aangesloten sproeiers. Voor een tuin van 2-10 m² is een dompelpomp met een bereik van 7 meter bij gebruik van een irrigatieslang van 2,54 cm voldoende. De druk van de dompelpomp mag ook niet te hoog zijn, anders zullen de sproeiers (worden ook wel capillairen genoemd) daadwerkelijk sproeien en niet druppelen…

De meeste sproeiers hebben een minimale druk nodig van 0,5 bar. Koppel een irrigatieslang (kunststofslang) aan de dompelpomp. Deze loopt door het midden van de kweekpotten. Maak kleine gaatjes in de slang en bevestig daarin de sproeiers. Zorg ervoor dat iedere plant een sproeier heeft.

Vermijd kleine gaatjes die de sproeier kunnen verstoppen met stof en andere deeltjes. Doe daarom twee dingen. Sluit het vat af met een deksel, zo kunnen er geen ongewenste dingen in het water terechtkomen. Sluit vervolgens een filter (een zogenaamde PE-filter) aan tussen de dompelpomp en de irrigatieslang.

In een ideale situatie zouden de planten gedurende de gehele dag een gelijkmatige hoeveelheid water toegediend moeten krijgen en voedingsstoffen moeten ontvangen. We kunnen dit bewerkstelligen door gebruik te maken van een timer op het irrigatiesysteem. Een geschikte timer kan op de minuut nauwkeurig worden ingesteld en moet minstens zes keer per dag in en uit kunnen worden geschakeld. Moderne timers zijn digitaal; om de ingestelde tijd op te slaan, maken ze gebruik van een computergeheugen. In het geval van stroomuitval kunnen ze overschakelen op reservestroom om het geheugen in stand te houden. In sommige gevallen is de reservestroom afkomstig van batterijen. Het nadeel is dat batterijen leeg kunnen raken. Als de batterijen leeg zijn en de stroom valt uit, zal het geheugen verloren gaan. Dan houdt ook de irrigatie op en kan de tuin schade oplopen. Daarom wordt aanbevolen om een timer te gebruiken met een accu als noodstroomvoorziening.

Dit irrigatiesysteem garandeert dat de planten op het juiste moment de juiste hoeveelheid water en voeding krijgen, en de sproeiers zorgen voor een gelijkmatige verspreiding van het voedingswater. Het water kan worden afgevoerd via een goot.

De irrigatie van de planten in een lichtcyclus van 18 uur wordt bij voorkeur opgedeeld in zes perioden. Als het licht aangaat, moeten de planten voor de eerste keer gevoed worden. Daarna doe je dit om de drie uur tot drie uur voordat het licht uitgaat (de planten moeten immers in staat zijn om de voedingsstoffen tijdens de lichtperiode in zich op te nemen). In het begin mogen de sproeisessies niet langer dan een minuut duren, anders kunnen zich problemen voordoen met de wortels. Deze korte irrigatietijd wordt gedurende de gehele vegetatieve fase volgehouden.

In de generatieve fase (cyclus van twaalf uur) deel je de zes voedingsperioden nog verder op zodat de planten om de twee uur gevoed en bewaterd worden. Omdat de planten tegen die tijd een beetje gegroeid zijn, moeten de sproeisessies nu twee minuten duren.

Als je de planten bewatert, dien je ervoor te zorgen dat het medium waarin de planten staan voldoende doordenkt raakt van het voedingswater. Dit gebeurt wanneer een derde deel van het toegevoegde water wegsijpelt. Deze grondige doordrenking is nodig om er zeker van te zijn dat de voedingszouten zich niet opstapelen in de steenwollen matten. Als je niet in staat bent om voldoende water erdoor te laten lopen, kun je misschien het aantal sproeiers verhogen.

Veiligheid

Iedereen weet dat water en elektriciteit elkaar net zo goed verdragen als water en vuur. Zowel de dompelpomp als het verwarmingselement is aangesloten op het elektriciteitsnet en zit onder water. Gebruik dus alleen materialen waarvan je zeker bent dat ze goed geïsoleerd zijn. Verder is het een goed idee om alle stekkers uit het stopcontact te trekken alvorens je handen in het watervat te stoppen. Dit kan je behoeden voor een schokkende ervaring.

 

Terug naar kweken indoor

Terug naar Cannabis kweekgids

Beste zaden