LSD: een medicijn of niet?

Gepubliceerd op:
Categorie: BlogPsychedelica

LSD: een medicijn of niet?

Zoals je misschien wel weet werd LSD, of acid, niet ontwikkeld met het oog op recreatief gebruik. Het werd ook niet op natuurlijke wijze ontdekt; het werd in een laboratorium gesynthetiseerd door dr.

Zoals je misschien wel weet werd LSD, of acid, niet ontwikkeld met het oog op recreatief gebruik. Het werd ook niet op natuurlijke wijze ontdekt; het werd in een laboratorium gesynthetiseerd door dr. Albert Hofmann, die toen voor het farmacologische bedrijf Sandoz werkte. Hij werd aangenomen om de medicinale eigenschappen van LSA (ook bekend als lyserginezuuramide, een uitgangsstof voor LSD, LSD-25 of lysergeenzuurdiethylamide) te onderzoeken en begon toen van deze chemische stof een aantal verschillende derivaten te maken. De vijfentwintigste maakte hij op 16 november 1938.

LSD kwam in de jaren daarop al snel onder de aandacht van de farmacologische en medische industrie; de meeste wetenschappers waren echter niet meer zo zeer geïnteresseerd in de fysieke effecten van LSD (Hofmann toonde aan dat veel van zijn LSA-derivaten gebruikt konden worden om de bloeddruk te verlagen en een gunstige uitwerking konden hebben op de luchtwegen en de bloedsomloop). In plaats daarvan werden ze geïntrigeerd door de mogelijke psychoactieve effecten van de drugs en testten ze de drugs op mogelijke toepassingen bij verschillende geestesziekten en fysiologische aandoeningen.

De mogelijke gunstige eigenschappen van acid werden vervolgens schromeloos overdreven en sommige mythen die tijdens de LSD-gekte ontstonden, doen tegenwoordig nog steeds de ronde. Medische tijdschriften maakten luidruchtig gewag van hoe LSD in staat was om mensen direct en volledig van bepaalde geestesziekten te genezen zonder gebruik van wat voor traditionele therapie dan ook. Ze hadden het over het permanent veranderen van zieke patiënten hun “gedrag en persoonlijkheid” met behulp van LSD en het uitroeien van ziekten zoals schizofrenie en bipolaire stoornissen.

Deze aanspraken zijn allemaal niet waar. Acid kan overigens wel enkele gunstige eigenschappen hebben gehad en Sandoz verkocht tussen 1950 en 1965 ongeveer 40.000 doses van de drugs. Het bedrijf verkocht het in tabletten en het stond bekend onder de naam ‘Delysid’. Mensen die aan schizofrenie en bipolaire stoornissen leden, maar ook mensen met autisme, obsessief-compulsieve stoornis of gewoon depressie slikten vele tabletten met 25 microgram LSD Delysid. Sommige dokters schreven zelfs in ongebruikelijke gevallen LSD voor, gevallen waarvan we tegenwoordig niet eens zouden zeggen dat het ziekten zijn. Acid werd gebruikt als corrigerend middel bij homoseksuelen, pedofielen en andere mensen met ‘seksuele perversies’.

Maar LSD werd in vele state al snel illegaal nadat in Californië op 6 oktober 1966 een wet ondertekend werd om de substantie uit te bannen.

Overzee ging het onderzoek en therapeutisch gebruik echter gewoon door. Er waren nu in principe twee manieren om LSD therapeutisch te gebruiken: psycholitische therapie en psychedelische therapie. De meeste psychiaters in Europa gebruikten de eerste vorm.

Psycholitische therapie behelsde het onderbewuste brein en herinneringen aan de kindertijd. Patiënten die psycholitische therapie kregen, zagen hun psychiater meestal voor meerdere sessies en namen iedere keer ongeveer 50 microgram of minder en probeerden dan herinneringen uit de kindertijd los te maken en er toegang tot te krijgen. Het idee was dat zodra de therapeut met behulp van LSD de diepten van iemands gedachten kon peilen, hij beter in staat zou zijn om de patiënt en de oorzaak van zijn geestelijke conditie kon begrijpen.

Voordat LSD werd uitgebannen, schreven psychiaters en psychotherapeuten in de VS maar al te makkelijk 200 microgram LSD of meer voor en dat is ongeveer twee keer zo veel als de gemiddelde dosis die een acidtripper vandaag de dag inneemt. Tijdens de psychedelische therapie kreeg de tripper geen instructies om jeugdherinneringen op te halen of om zelfs maar te proberen om zijn gedachten te beïnvloeden. Het idee was juist dat de patiënt op eigen houtje zijn bewustzijn en onderbewustzijn zou onderzoeken en wellicht zou ontdekken wat hij in het leven wil en wat hij niet goed doet. Psychotherapeuten hoopten dus eigenlijk dat de dosis in de loop van een klein aantal sessies een tijdelijk ‘nirvana’ zou opwekken, die de patiënt de weg zou wijzen naar gedachten en conclusies die zijn leven zouden veranderen.

LSD psychotherapie met Sandoz’ Delysid tabletten werd ook toegepast bij alcoholisten; dokters beschouwden alcoholisme destijds simpelweg als “moeilijker te behandelen met behulp van andere soorten therapie”. Alcoholisten gaan tijdens het afkicken (afkickverschijnselen zijn de symptomen die alcoholisten moeten doorstaan wanneer ze ineens of geleidelijk aan stoppen met drinken) door een fase heen waarin ze heftig gaan trillen; dit staat ook bekend als delirium tremens. Dokters en therapeuten wilden toen met behulp van LSD bij alcoholpatiënten een delirium tremens opwekken en maakten daarvoor gebruik van doseringen die soms opliepen tot 300 microgram. De bedoeling was om alcoholisten zo de stuipen op het lijf te jagen dat ze vervolgens uit eigen beweging zichzelf zouden veranderen.

Acidtherapie werd ook voorgeschreven als medicijn voor gevaarlijke criminelen. Criminelen ondergingen soms psycholitische therapie, maar meestal werden ze behandeld met psychedelische therapie, soms zonder dat ze daar volledig mee instemden (hoewel misschien de criminelen, hun verzorgers en zorginstituten en de officier van justitie zo gemanipuleerd werden dat deze uiteindelijk de wettelijke toestemming gaven). Men hoopte ook nu weer dat de eigenschap van LSD om een geestelijk zieke patiënt te ‘verlichten’ criminele motieven en principes in het onderbewuste zou ‘corrigeren’.

Van de talloze keren dat LSD werd gebruikt voor therapeutische en medicinale doeleinden werden enkele verslagen gepubliceerd die lof spraken over de drug vanwege zijn toepassingsmogelijkheden en het succesvol gebruik op legitiem medisch vlak. De publicaties werden echter vaak ondersteund door kleine instituties met weinig krediet en financiering. Acidtherapie werd nog steeds gezien als een vaag, onwettig medicijn. Ook vandaag de dag nog wordt er fel over gediscussieerd of patiënten met behulp van LSD op een ‘levensveranderende’ of ‘verlichtende’ manier permanente effecten kunnen bereiken (onlangs is overigens eenduidiger bewijs bovengekomen dat de effectiviteit beschreef bij mensen die lijden aan aandoeningen als ernstige depressie, angst en posttraumatische stress-stoornis).

Hoewel Sandoz de drugs die velden van de psychotherapie inloodste waar hij niet het meest geschikt voor was, bleven dokters en farmacologen heel specifieke doses van de drugs voorschrijven aan patiënten, die ze de instructie gaven om alleen exact het voorgeschreven aantal Delysid LSD tabletten in te nemen en alleen onder supervisie van een psychotherapeut of psychiater in een veilige, gecontroleerde, medische omgeving. Sandoz hoopte dat LSD heel populair zou worden in de farmacologische industrie; het was niet hun bedoeling om van Delysid pillen een recreatieve drug te maken.

Maar in 1962 was er in de VS al een complete underground markt speciaal voor de verkoop van Delysid tabletten en andere vormen van LSD. In de twee decennia daarop zouden de hippies en hun florerende tegencultuur precies door die markt voorzien worden van LSD, en zij gebruikten het zeer zeker niet om medicinale redenen, zij wilden gewoon een nieuw niveau van bewustzijn bereiken en, belangrijker nog, zich bij een cultuur aansluiten.

De overheid kreeg echter lucht van de zaak. Ze presten de Amerikaanse staten om LSD uit te bannen, totdat in 1966 Californië ermee instemde dat te doen.

Maar hierdoor kwam het onderzoek naar LSD, ten minste in de VS, stil te liggen. Onderzoekers, psychotherapeuten en psychiaters die de drug voorschreven en medische instituties klaagden als sinds 1965 over de interventie van de overheid in hun werk, en toen LSD uitgebannen werd, schreeuwden ze om hervormingen.

Maar sinds het aannemen van deze wetsvoorstellen is LSD in de VS tot op de dag van vandaag nog steeds illegaal. LSD werd op 27 oktober 1970 middels de uitvoering van de Controlled Substances Act van overheidswege uitgebannen.

Desondanks werden er tot de jaren 80 wel nog enkele klinische studies en tests gedaan. De tests werden uitgevoerd met terminale patiënten en waren er simpelweg op gericht om met behulp van LSD mensen hun pijn en de als gevolg van hun conditie en levensomstandigheden veroorzaakte depressie te verlichten. LSD werd gebruikt in de hoop dat het mensen zou helpen om weer contact te maken met andere mensen, onder andere hun families, en een kalmere en meer handelbare visie op het leven te krijgen naarmate de dood dichterbij kwam. Hoe bruikbaar LSD werkelijk was op dit gebied, is niet duidelijk geworden; het onderzoek werd voortijdig afgebroken en verdere betrouwbare klinische studies werden niet uitgevoerd.

Overzee begonnen andere landen dit voorbeeld te volgen, ook daar begon men het recreatieve en medicinale gebruik van LSD te bestrijden. Het parlement van de UK nam een wet aan, de Misuse of Drugs Act 1971 Studies, om LSD uit te bannen. In Canada was men wat minder streng, maar het gebruik en de verkoop van acid werden wel illegaal gesteld en LSD werd geclassificeerd als een ‘schedule III drug’ in de Controlled Drugs and Substances Act (dat was overigens pas in 1996).

Maar de tests met LSD gingen gewoon door. De voorstanders van acid en het medicinaal gebruik ervan wrongen zich door de bureaucratie en de politieke tegenwerking heen en bleven zich inzetten voor de medicinale voordelen van LSD. Overzee bleef men onverminderd doorgaan met LSD-onderzoeken, ook in landen die het uitgebannen hadden, met name in Zwitserland en de UK.

Het recreatieve gebruik van de drug stak in het begin van de jaren 80 weer de kop op in de VS, nadat de tegencultuur was uitgeraasd en vrede eindelijk in de plaats was gekomen van de oorlog in Vietnam (samen met de ravers die acid tegelijk met XTC (MDMA) innamen en de rest van de nacht uit hun plaat gingen). Nadat William Leonard Pickett en Clyde Apperson met hun LSD-lab in de kraag waren gevat, nam het gebruik van LSD eerst flink af, waarna het weer iets toenam en zich tot op de dag van vandaag weer iets begon te verspreiden.

In het afgelopen decennium is er weer veel aandacht gekomen voor het medicinaal gebruik ervan. Een toename van wat omschreven wordt als ‘de wil om ruimdenkend te zijn’, heeft doktoren en de medische wereld in zijn greep weten te krijgen, en het gebruik van LSD, samen met andere psychedelica, in gecontroleerde klinische omstandigheden krijgt steeds meer steun. In het najaar van 2008 begon de Food and Drug Administration (FDA) weer met het onderzoek naar het gebruik van LSD door terminale patiënten en hopelijk blijven de resultaten veelbelovend. In 2012 kwam een ander onderzoek aan het licht, waarin gekeken werd naar de toepasbaarheid van LSD bij het helpen van alcoholpatiënten om hun verslavingen en afkickverschijnselen te boven te komen. En weer nodigden de resultaten uit om verder onderzoek naar de drug te doen.

De toekomst van LSD in de geneeskunde is ongewis. Er komt steeds meer steun voor het legaal onderzoeken en bestuderen ervan. Maar verschillende gebeurtenissen uit het verleden maken ons duidelijk dat psychedelica altijd een controversieel onderwerp waren in de geneeskunde en de politiek. Er zijn wereldwijd belangengroepen die doorgaan met het verkondigen van de heilzaamheid van LSD, terwijl andere belangengroepen juist met de tegenovergestelde boodschap de wereld in trekken. De strijd om legalisatie gaat door en alleen de tijd zal duidelijk maken hoe de toekomst van LSD eruit ziet.