Product successfully added to your shopping cart.
Check out

Sjamaanse en culturele geschiedenis van Salvia Divinorum

Salvia Divinorum

Salvia Divinorum is te vinden in de afgelegen regionen van de Sierra Mazateca bergen in Zuid-Amerika. De Indianen die in die regio leven, beschouwen Salvia Divinorum als een heilige plant en ze wordt ook als zodanig gebruikt in sjamaanse rituelen.

Maria Sabina, de meest beroemde Mazateekse curandera of sjamaan, heeft haar hele leven gewijd aan helend werk met psilocybine paddestoelen en Salvia Divinorum. Ze heeft eens de beroemde uitspraak gedaan dat zij Salvia gebruikte, als paddestoelen niet voorradig waren. Ze merkte op dat Salvia niet zo krachtig is als de paddestoelen, maar dat dat ook te maken kon hebben met het feit dat ze een aftreksel maakte met de bladeren. Hoewel een Salvia thee psychoactieve effecten produceert, is het niet zo sterk als bijvoorbeeld de quid methode.

Hoewel er wordt aangenomen dat Salvia al eeuwen wordt gebruikt, is het door de westerse wereld niet eerder ontdekt, tot de beroemde etno-botanist, R. Gordon Wasson, de psychoactieve aard van de plant onderzocht. R. Gordon Wasson is met name de botanist die psilocybine bevattende paddestoelen introduceerde in het westen.

Maar ook onder de inheemse Mazateken was de ontdekking van Salvia wellicht een vrij recente gebeurtenis. De Mazateken hadden namelijk niet echt een inheemse naam voor de plant en noemen het "hojas de María Pastora", wat weer vertaalt naar "bladeren van Mary de herderin". Het is nog Mazateken Salviasteeds niet helemaal duidelijk hoever terug het gebruik van Salvia onder de inheemse stammen gaat. Omdat de plant slechts in een kleine regio van Mexico voorkomt, kan het zomaar door vele Indianen onontdekt zijn gebleven. En degenen die in het gebied woonden, hebben wellicht de kennis erover verloren tijdens de turbulente tijden van de Spaanse invasie. Het blijft een mysterie of de plant uitsluitend voor die generatie, die Wasson ontmoette, naamloos was, of dat de psychoactieve krachten van de plant ook werkelijk onbekend waren voor de generaties ervoor.

Als gevolg hiervan, suggereerde Wasson dat Salvia mogelijk kon zijn wat de Azteken "Pipiltzintzintli" noemden, wat "de puurste kleine prins" betekent. Hiernaar wordt verwezen in een 17de eeuws geschrift en helpt uit de mogelijke oorsprong van de plant uit te leggen. Velen geloven echter dat deze oude referentie cannabis betreft en niet Salvia.

In de westerse maatschappij, werd pas rond 1930 onderzoek gedaan naar Salvia, toen het door Jean Basset Johnson werd beschreven tijdens zijn onderzoek naar het Mexicaanse gebruik van psychedelica. Johnson beschreef dat de bladeren van de plant werden gebruikt als onderdeel van psychedelische rituelen. Dit zorgde ervoor dat Wasson in 1950 meer onderzoek verrichtte naar de plant, toen hij bevestigde dat ze inderdaad psychedelische eigenschappen bezat. In een samenwerkingsverband met Albert Hoffman (de uitvinder van LSD) en Robert G Weitlaner, werd in de vroege jaren '60 een levend monster van Salvia meegenomen naar het westen voor onderzoek en classificatie.

De farmacologische kant van de plant bleef wat nevelig tot de jaren '90, toen Daniel Siebert opnieuw onderzoek deed naar de plant. Sindsdien is Salvinorine A, het voornaamste actieve bestanddeel van Salvia, geïdentificeerd. Er is echter nog steeds veel te ontdekken over Salvia.

 

Zamnesia

Salvia producten